No guts, no glory
Dat je 218.759km loopt op je 24 uurs debuut is leuk. En bijzonder blijkt nu. Zaterdag om 15.00 moest het gaan gebeuren: m’n 2e 24 uursloop. Dit keer niet in Frankrijk maar in Steenbergen, dit keer niet zonder verwachtingen maar met een gewaagd plan. Iedereen begreep natuurlijk wel dat ik die 218km uit de boeken wilde lopen. 220km betekent namelijk de internationale A-limiet. Maar omdat ik nu zo ontzettend goed in vorm ben vond ik 1241 meter meer nogal voorzichtig. Bovendien heb ik niets te verliezen zolang we nog niet op die weg tussen Athene en Sparta lopen. Ik besloot gisteren dus voor een dikke vette verbetering van m’n eigen Nederlands record te gaan.
Bij een 24 uursloop doet de organisatie er alles aan om het naar je zin te maken. Zo kregen Richie en ik een mooie oranje tent om over onze tafeltjes heen te zetten, konden supporters berichtjes sturen die werden opgelezen en hadden ze een geweldige DJ langs het parcours gezet. En juist DAAR wil ik het even over hebben. Mensen die 24 uur rondjes lopen op een retesaai parcours moeten minstens een klein beetje gek zijn. Ze sluiten zich af van de buitenwereld en proberen in een flow te komen om zoveel mogelijk kilometers te maken. Elke 2km kom je langs de DJ alwaar de flow door Jodi Bernal, Vamos a la Playa, Herman van Veen met z’n godvergeten Opzij Opzij en het meesterwerk Ik wil sex met die Kale vakkundig de nek wordt omgedraaid. Als we nou allemaal 10 euro meer inschrijfgeld betalen, zouden we die meneer volgend jaar dan op een Rijnreisje kunnen sturen?! PLEASE???
Nougoed, 24 uur lopen dus. Met een aantal bekenden op het parcours en ook een heleboel ernaast. Een lieve mammie die het hele weekend in touw was met haar eigen kind en tijdelijke adoptiekind Ritchie, mensen die we persoonlijk kennen en zelfs mensen die naar Steenbergen gekomen zijn terwijl we ze nog nooit in real life gezien hebben. Hoewel we misschien niet zo veel meer zeiden na een paar uurtjes wordt het echt gewaardeerd. Rondje na rondje ging voorbij, niet wetende hoeveel kilometer ik al had gelopen omdat het rondetijdenbord stuk was. Nice! Dan maar op gevoel……blijkbaar ben ik gevoeliger dan ik altijd dacht want als een Zwitsers uurwerk gingen de rondjes voorbij. Het voelde perfect, niet te hard, ook zeker niet te zacht. Nog veel te vroeg om te gaan rekenen maar ik had een goed gevoel dat ik op zondag om 15.00 een hele mooie uitslag achter m’n naam had staan.
Ik weet van mezelf dat ik lopen in het donker heerlijk vind. En dat is niet alleen omdat de DJ na 22.00 z’n toko moest sluiten. Gewoon ik in m’n eigen, hele kleine wereldje. Meer dan genoeg om je mee bezig te houden. De kaarsjes langs het parcours gaven het geheel een sprookjesachtige vibe. De enige irritatie die ik had waren de andere lopers op het parcours die soms rondes lang in m’n nek liepen te hijgen. Of vlak voor me gingen lopen. Ik deed maar alsof ik eventjes alleen op de wereld was en liep gestaag door. Op naar de 100 Engelse Mijl. Maar voordat ik dat bereikt had werd het al licht. Een groot verschil met Aulnat waar de nacht eindeloos leek te duren en waar ik helemaal in m’n element was. Om 7.16 ‘s ochtends liep ik als 1e vrouw en 3e overall over de matten om de 100 Engelse Mijl op de borden te zetten. 16 uur, 17 minuten en 42 seconde. Net geen 10km per uur maar dat was prima met nog iets minder dan 8 uur te gaan.
Ik was tot nu toe de meest gelukkige loper op het parcours: niet op m’n kop in een Dixie, geen problemen, strak voedings en drinkplan. Omdat het zo koud was moest ik wel 100 keer plassen, maar dat is volgens m’n trainer alleen maar goed. Betekent dat je genoeg drinkt. Maar ineens gebeurde er iets wat me nog nooit was overkomen: ik stond geparkeerd. M’n bovenbenen deden zo’n ontzettende pijn. Ik heb nooit pijn als ik loop, hoogstens mentaal maar niet dit. Ik had tot de 100 Engelse Mijl geen meter gewandeld, maar nu moest het eventjes. Toen ik na 100 meter weer wilde gaan hardlopen schoot de kramp overal in. What the fuck?! Alsof iemand met mokers op m’n bovenbenen had staan rammen, auw auw auw! Het was koud geweest ‘s nachts, het vroor nog net niet. Misschien dat het daar aan lag maar daar had iedereen mee te maken. Ik denk dat ik gewoon net op het randje heb gelopen (zoals ik ook van plan was) en m’n spieren nu dachten dat het wel genoeg was geweest. KAK!
Met nog meer dan 7 uur te gaan en ruim 160km op het bord zag ik m’n doel uit m’n handen glippen. Zo goed ging het, zoveel rondjes had ik mensen gelapt (juichmomentjes, geen rancune) en zo hard liep ik mee in de top van het gehele veld zo bleek later. Geloof me als ik zeg dat ik dat niet wist en dat me dat ook niks kon schelen. Maar ik moest nu wel heel snel met een back-up plan komen. Ik probeerde steeds weer om m’n benen aan de gang te krijgen maar dat lukte met de beste wil van de wereld niet. Eten en drinken deed ik ook nog volgens plan maar lopen ho maar. Wat nu? Stoppen?! No way! Niet ik. Inzinkingen zijn er om te overwinnen. Zo zag ik m’n buddy Ritchie het ene moment laveloos in z’n stoel zitten en even later weer over het parcours lopen. Zelfs Geert Stynen had ‘5 minuten op zun’n luie krent gezeten’. Doorlopen dus. Al was het maar om dan in ieder geval die verdomde 200km te halen.
En zo geschiedde. Als een dood vogeltje, niet warm te krijgen, alles deed pijn. Ik heb ruim de tijd gehad om het met mezelf te hebben over deze rare vertoning. Ik heb veel geleerd van deze innerlijke dialoog. Geloof me. Omdat de andere dames al zo ver achter me liepen was de 1e plaats op het NK onvermijdelijk. Dat klinkt ondankbaar, maar ik vind een Nederlands Kampioen iemand die met verve de finish over dendert en iets moois neerzet. Ik had deze aan een ander gegund die wel met dat elan had gelopen. Maar helaas, die was er niet. Ik mocht dus op het hoogste treetje klimmen. Iets wat nogal ingewikkeld is na 200km. Ik sta dan ook graag een stukje van m’n medaille af om Ritchie een gouden randje te geven aan z’n zilveren medaille. Hij deed wel wat een kampioen hoort te doen: tot de laatste seconde vechten voor elke meter. In Aulnat waren de rollen omgekeerd. Laten we afspreken dat we onderweg naar Sparta allebei onze dag hebben.