Praatjes

Ik kan me dus echt he-le-maal niet voorstellen hoe het is om zo beroemd te zijn als Beyonce. Of Mo Farah. Of welk zeer bekend wezen dan ook. Gelukkig maar want ik vind het prima om redelijk rustig en onopvallend m’n blonde leventje te leiden. Maar 1 ding is wel veranderd de afgelopen 2 jaar: zonder verwachtingen een wedstrijd starten zit er vaak niet meer in.

Zo onbevangen als ik naar Aulnat ging en daar terstonds tijdens m’n eerste 24 uur ooit het Nederlands record verbrak zegt meer over waar het record al die tijd op stond dan over mij. De daaropvolgende 24 uur vloog ik erin als ware ik Superwoman, om er na zo’n 18 uur achter te komen dat ik dat dus helemaal niet ben. Gelukkig verbaasde ik vriend, vijand en vooral mezelf toen ik afgelopen September na 246km het podium op mocht klimmen in Sparta. Een herinnering met dikke gouden randen, opgeborgen in een doosje. Maar ohw wat kriebelt het straks als ik de wedstrijd van achter m’n laptop bekijk. So much is clear.

En dan de komende maanden. In het jaar des undercovers. Geen grootse Sparta-plannen. Geen onbevangenheid want ik heb inmiddels al teveel gelopen en meegemaakt om nog zo naief te zijn als een paar jaar geleden. Wat de buitenwereld verwacht zal me aan m’n kont roesten, maar ik heb ineens zelf verwachtingen. Uh-ohw! 

Als eerste op de agenda: 100km in Torhout. 10 rondjes van 10km. Been there, done that. Alleen nu moet het natuurlijk sneller. Hoeveel sneller zien we in Juni wel, een 100km is nou niet bepaald mijn ding en voelt een beetje aan als de 1500m voor schaatsers: te kort om rustig aan te doen en te lang om er een sprintje van te maken. De insteek: sneller binnenkomen dan m’n snelste 100km so far. Niks aan de hand als het niet lukt.

Vervolgens ga ik naar de USA. Ik loop er op anti-Leonie terrein (lees: de Colorado mountains) dus verwacht eigenlijk niks behalve dat ik er een leuke tijd van ga maken. Ha: een mogelijkheid om onbevangen te lopen! Allemaal leuk en aardig natuurlijk, maar in December doemt dan HET doel van het jaar op in m’n agenda: een 24 uur in Frankrijk. En om nu te gaan roepen ‘ik zie wel waar ik op uitkom’ is natuurlijk net zo waar als dat het onzin is. Ik heb maar 1 doel: de beste 24 uur mogelijk lopen. En het moge duidelijk zijn dat ik het niet erg zou vinden als het Nederlands record binnen 1 jaar meerdere keren van eigenaresse wisselt.

Tot zover het makkelijkste deel. Maar praatjes vullen natuurlijk geen gaatjes. Tijd om de benen onder m’n lijf vandaan te trainen de komende tijd. Nog maar 200 nachtjes slapen……

Sportpsychologica

Het is 12 uur. De kerkklokken van Volendam klingelen er lustig op los terwijl ik m’n water bijvul bij de plaatselijke visboer. Ik hoor niet wat er om me heen gebeurt en denk alleen maar: het is begonnen. De laatste 24 uur dat ik mezelf Nederlands kampioene mag noemen. Misschien zelfs Nederlands recorhoudster. De titel zegt me helemaal niet zo veel, de afstand die ik vorig jaar liep evenmin. En toch spookt het al dagen door m’n hoofd, de 24 uur in Steenbergen.

Terwijl ik bezig ben mezelf van Amsterdam naar Hoorn te begeven om zo een zorgvuldig geplande rentree in de ultrawereld voor te bereiden heb ik mooi de tijd om alles eens te overdenken. 5 uur en 37 minuten lang. Precies genoeg om tot 3 keer toe nat te regenen en ook weer droog te wapperen. Had ik niet gewoon in Steenbergen moeten zijn vraag ik me telkens af. Het antwoord is elke keer weer een dikke vette nee. Ik liep hier volmaakt gelukkig te zijn, in m’n heerlijke uppie. Niet tussen de honderden anderen op een parcour van een slordige 2.5km. Bovendien heb ik niks te zoeken op een EK/WK nu, eerst m’n vorm maar eens optimaliseren.

Ik loer af en toe in de ramen van een eenzame boerderij. Ik zie er vandaag stemmig zwart met wit uit. Precies zoals m’n bui ook is. Ik hobbel van de ene euforie in de andere twijfel en zie foto’s van mezelf in het oranje Asics pakje voor me. Het zit voor geen meter en ziet er niet uit. Zelfs het lekkerste wijf heeft niet meer charme dan een zak aardappelen in dat kloffie. En toch ben ik jaloers. Jaloers op al die oranje lopers in Steenbergen vandaag en morgen.

Misgun ik het iemand om beter te zijn dan ik?! Ben ik echt zo naar?! Ik moet er een paar keer goed over nadenken maar kan niet anders dan concluderen dat het antwoord op beide vragen wederom nee is. Als iemand verder loopt dan ik dan doet dat niets af aan die magische dag waarop ik 218.759km bij elkaar liep. Het enige wat je kunt doen met zulke monsterafstanden is winnen van jezelf, niet van een ander. Ik deed dat die ene dag en gun het elke andere loper die er hard voor heeft getraind.

En toch. Toch zit het nog steeds niet lekker. Ik voel me unheimisch omdat ik zomaar, zonder er zelf ook maar m’n best voor te doen, die titel niet verdedig. De stemmetjes in m’n hoofd maken ruzie. De ene wil gewoon lekker rustig verder lopen, zo volmaakt gelukkig. De ander wil aandacht. En de beste zijn. Ik realiseer me dat, wat de uitkomst morgen om 12 uur ook is, het beste in mezelf zit en onafhankelijk is van welk record of welke titel dan ook. Bovendien moet mijn beste nog komen, daar geloof ik heilig in.

Na ruim 60km sta ik op het station van Hoorn. Heel, heel ver weg van Steenbergen. De zon breekt door en ik weet dat de komende 24 uur een beetje vreemd aan zullen voelen. Maar ik ben gelukkig dat ik hier ben en niet daar. Uiteindelijk haal ik de meeste voldoening uit die eindeloze uren lopen met niemand anders dan mezelf. Zie hier: sportpsychologica van de bovenste plank.

These babies will rock that 100km race #nikefree4.0

These babies will rock that 100km race #nikefree4.0

Schipper mag ik overvaren?!

Ik ben net een goudvis. Ik loop gerust hetzelfde rondje tot wel 187 keer en verbaas me elk rondje weer over wat voor moois er te zien is. Maar soms heb ik zo’n dag dat ik zin heb in een tochtje. Vaak kies ik dan voor één van de inmiddels uitgesleten paden naar Muiden/Valkeveen, het rondje Ijsselmeer of de Amstel volgen tot je in een andere provincie bent. Maar vandaag was ik creatief. Jah heus! 

Nederland heeft een heleboel mooie fietsroutes. Maar met geen 10 paarden krijg je me op een fiets als het niet noodzakelijk is. Gelukkig kun je die routes ook prima lopen. Dus na een sessie met de Falk fietsrouteplanner (www.falk.nl doe er je voordeel mee) ging ik op pad naar Kudelstaart. Van m’n lang-zal-ze-leven ben ik daar nooit bewust geweest dus ik voelde me net een ontdekkingsreiziger met een rugzakkie om. Het weer zat ook nog eens mee, dus wie doet me wat?!

‘Dat is dan 1 euro’ bromt de norse man tegenover me. ‘1 euro, ok. Kan ik ook pinnen?!’ De rondgebuikte en besnorde man perst er met moeite een glimlach uit en vertelt me dat dat natuurlijk niet kan. Ik realiseer me dat ik toch echt naar nummertje 4 van m’n route moet, daar aan de overkant van het water. Gebruik je charmes fluister ik mezelf in. ‘Meneer, kan ik aan de overkant ergens pinnen?! Mag ik dan misschien eerst met u mee naar de overkant en dat ik dan snel het geld kom brengen?!’ ‘Vooruit, omdat de zomer is begonnen.’

Niet veel later stond ik na een overtocht van welgeteld 45 seconden aan de overkant, gewapend met pinpas en op weg naar de COOP alwaar ik zou kunnen pinnen volgens kapitein bromsnor. ‘Leg het geld maar hier neer, ik moet terug naar de overkant.’ Ik bedank hem en zet koers naar de supermarkt. Stiekum vond ik hem wel aandoenlijk, hoe nors hij ook leek. Ergens diep van binnen zit vast een hele aardige man. Ik besluit een doos dropjes te kopen, pin wat geld, wissel het en loop terug naar de plek waar ik deze louche transactie zou uitvoeren. De dropjes, scheepsknopen uiteraard, leg ik samen met 2 euro op de afgesproken plek. Ik zwaai naar de overkant en krijg een duimpje in de lucht terug. Zomaar een mooi moment op een mooie dag. Nu maar hopen dat hij van dropjes houdt……

Het hoeft niet mooi te zijn

Ik herinner het me nog heel goed. Ongeveer een jaar geleden liep ik een van m’n befaamde 10-uurs trainingen op Sparta-tempo langs de Amstel. Het zonnetje piepte af en toe door de wolken heen maar het was nog lekker fris tussen de stralen door. De lopers, fietsers en roeiers van de wereld waren ontwaakt uit hun winterslaap en kwamen me met de regelmaat van m’n pasfrequentie voorbij. Elke groep heeft zo z’n eigen manier van communiceren met elkaar en andere weg of watergebruikers. Zo moeten de vissers het nog wel eens ontgelden, hoor ik regelmatig dat ik OP RECHTS!!! een gevaar op de weg vorm en moet ik erg giechelen om het gedag zeggen van wildvreemde medelopers. Knikje, vingertje, een rochelend geluid wat klinkt als ‘hoi.’

Met verbazing zie ik vooral bij lopers vaak gezichtsuitdrukkingen die me van alles vertellen, behalve dat ze plezier beleven aan wat ze doen. Als ze achter hun spiegelbeeld aan zouden lopen zouden ze wel anders kijken toch?! Het is soms niet om aan te zien! En als je zo lang loopt krijg je ook alle varianten te zien: van ‘het doet heel veel pijn maar ik kijk alsof het geen moeite kost’ tot ‘dat is heus geen kwijl op m’n kin!’ Hoe dan ook, mooi ziet het er lang niet altijd uit. 

Ik loop verder en hoor achter me het steeds harder wordende geluid van een stem door een megafoon. ‘Eerst die benen, dan die armen. DOORTRAPPEN NOU!’ ‘let op die uitpik.’ Niet veel later scheert een boot me voorbij op het water en een fietser op de weg. Met 1 hand aan het stuur en in z’n andere de megafoon. Ik vraag me af wat doortrappen en uitpikken betekent en ben voor ik het weet weer een paar kilometer verder. Doortrappen is iets wat tot dit jaar nooit tot m’n arsenaal aan trainingen behoorde, maar the times they are a-changing……

Vandaag, een jaar na die mooie dag langs de Amstel loop ik voor de tweede keer deze week op de baan m’n rondjes. Al bij het inlopen voelt het alsof m’n benen eraf vallen en krijg ik het Spaans benauwd als ik die tempo’s zie staan. Hoe dan?! En vooral: hoe ga ik dat doen zonder ook met kwijl op m’n kin rond te rennen?! Na de laatste 1600 meter (die overigens veul te hard ging) dacht ik terug aan die man met de megafoon en de boot die me voorbij kwam. Iets wat ik vorig jaar nog weigerde te geloven. ‘Het hoeft niet mooi te zijn, als het maar HARD gaat!’ En zo is het maar net.

Chicken or pasta?!

Terwijl Mo Farah door de straten van Londen sjeest op m’n TV realiseer ik me dat ik hem een kleine 4 dagen geleden nog zag in Amerika. Samen met Galen Rupp en Alberto Salazar openden ze de week op Nike WHQ met inspirerende woorden. Het zou het begin worden van een nogal bewogen weekje waarin over-the-top Nike experiences, loopjes door Portland en Boston elkaar afwisselden.

Het is een luxe-probleem, I must admit, maar het blijft lastig om je trainingen in te plannen als je op reis bent. Helemaal als er een jetlag en heel veel lokaal gebrouwen IPA bij betrokken zijn. Ohw, en steak, burgers, ribs en donuts. Donuts met maple en bacon. Gelukkig is avonturieren me niet vreemd dus scoutte ik vanuit de bus een afgelegen atletiekbaan, schreef snel de straat op en liep er de volgende ochtend voor de zon op was m’n 400-tjes. Hoewel je zou denken dat je de enige bent die op dat tijdstip het melkzuur voor je ogen loopt bevond ik me in goed gezelschap. En met uitzicht op de beboste bergen van Portland.

Het contrast met m’n laatste loopje deze week was groot. Een lange, rechte weg met aan de ene kant treinrails en goederenwagons, aan de andere kant metaalbewerkingsbedrijven en ontzettend veel, ontzettend grote trucks die me voorbij denderden in de liquid sunshine. Het was een uitzicht waar de meeste mensen ongelukkig van zouden worden, helemaal door het gure, natte weer. Maar ik liep, ik was in Portland en ik kon niet verdwalen op een lange rechte weg zonder heuvels. Gelukkiger kun je me niet maken.

Niet veel later schrok ik wakker. ‘Chicken or pasta?!’ Een Golden Girls replica met een Delta pakje keek me aan met een dienblad in haar handen.  Ik had een paar seconden nodig om te bedenken waar ik nu weer was. Na een wijngaard, Nike WHQ, een chocoladewinkel, een kunstatelier, een afgelegen atletiekbaan, een Sneaker Ball, de lange rechte weg, een NBA night en een hotelkamer in downtown Portland was dat niet gelijk duidelijk. Maar de geur van muf vliegtuigvoer deed ‘t hum. Geen maple-bacon donuts hier. ‘Chicken please.’ Portland: you were amazing!

Bang voor de bal

En geef ‘m dan een apeloeier hondepoeier

Oh hij mist ‘m wat een knoeier

Renne renne renne renne oooooohw!

Met angst en beven kijk ik naar m’n schema: er staat alweer een interval op. Niet dat ik ooit een bijna-dood-ervaring heb gehad op een atletiekbaan, maar op een of andere manier zit in mijn hoofd geprent: jij hoort daar niet. Lange, dunne, sla-etende, geilend op snelle rondjes types. Dat is wat daar in de rondte rent. Van die mensen met jaloersmakende tijden achter hun naam. Met of zonder hekjes tussen hen en de finish. 

Ik kijk naar de tijden die ik moet (lees: mag) lopen. Ik krijg al zure benen voordat ik goed en wel begonnen ben. Ik realiseer me dat de gemiddelde atletiekert z’n iele handje er niet voor zou omdraaien. En tot overmaat van ramp besloot ik die draconische rondjes weer op de baan op m’n werk te lopen. Recht voor de giechel van eenieder vingerwijzend individu achter de ongenadig grote ramen.

Inlopen. 5 rondjes. Van je 1, 2, 3 in godsnaam dan maar. Ik voel me nog een beetje onwennig. Links en rechts van me vliegen er mensen met stokken voorbij en springen anderen in een noodvaart over die hekjes. Ik. Loop. Voor. Lul. 

Ok, de eerste interval. 1000 meters zijn het vandaag. Ik sla een figuurlijk kruisje, geef een ram op m’n GPS Watch (hij heeft een tapscreen dames en heren, geen zinloos geweld) en zet het op een lopen. Krap 4 minuten later ram ik m’n GPS Watch opnieuw voor z’n potje en ben verbaasd over het gemak en het tempo. Maar goed, dit was er slechts 1. Het gaat zeker nog 7 keer finaal mis nu. 4, 5, 6 in godsnaam maar weer. Ogen op stokjes. Zou ik, ontzettend trage anti-atletiekert het nou gewoon gaan fixen?!

ZOOOOOO DOE JE DAT!!! schreeuwde ik iets te hard met 2 handen in de lucht na de laatste stappen. Om door een ringetje te halen. Minstens net zo lekker als zo’n goddelijk lange, langzame duurloop. Ik schrik ervan en realiseer me dat ik helemaal nergens bang voor hoef te zijn. En hoewel één zwaluw nog geen zomer maakt is vandaag de lente echt begonnen. En die bal?! Ik geef ‘m een apeloeier hondepoeier. Uh-huh!

Ik loop en ik ben

Als je goed loopt ben je geweldig. Een held. Een topper. Als je even niet loopt, wat ben je dan?! De superlatieven waren niet van de lucht in september vorig jaar. Ohw wat was ik de beste van de hulle wereld en ver daarbuiten. Zo voelde ik me ook. Eventjes. Niet lang daarna was het weer business as usual met the occasional herinnering aan toen ik zo goed was. Omdat ik goed liep.

Lopen en zijn lijken met elkaar verweven. Loop je goed dan ben je goed. Loop je als een natte krant dan ben je dat ook. Niet alleen voor de commentaar-gulle meelezers die massaal op zoek gaan naar de volgende beste van de hulle wereld. Ook voor mezelf. Als ik goed loop hoef ik namelijk over niets anders na te denken. Als ik goed loop krijg ik elke dag een ego-boost. Gratis en voor niks. En nu, na een periode van 6 maanden minder en zeker minder goed lopen denk ik dat ik de 2 dunne draadjes van lopen en zijn redelijk uit de ogenschijnlijk onoplosbare knoop heb gehaald. 

Het is dus niet ik loop want ik ben. Niet meer. Ik loop en ik ben. Het niet aanwezig zijn bij wedstrijden de afgelopen periode heeft me doen beseffen dat ik weliswaar die commentaar-gulle meelezers met hun superlatieven mis, het zijn en je er goed bij voelen is een aanwinst die ik koester. Ik ben beter dan voorheen. Of ik er nu door in Sparta kom of niet. Lopen en zijn, ik ga er lekker mee door en daarin ben ik zekerste weten de beste van de hulle wereld. 

(Titel)

Op (vul dag in) was het zover: eindelijk stond ik aan de start van (vul wedstrijd in). Maanden heb ik hiernaartoe geleefd. Het begon allemaal met (vul belangrijk moment in) toen ik besloot dat het er nu echt maar eens van moest komen: mijn eerste (vul afstand in). We vertrokken ‘s ochtends vroeg met de auto naar (vul startplaats in). Nog snel een laatste check of ik alles wel bij me had: schoenen, een droog shirt, startnummer, sokken. Ja, ik dacht dat het wel goed was zo. Ik had gisterenavond alles al keurig neergelegd zodat ik niks zou vergeten.

Nog een laatste koffie en toen vertrokken we om (vul tijd in) en het was reuze gezellig in de auto. Van de spanning was nog niets te voelen. Maar toen we dichterbij kwamen werd ik toch wel heel nerveus. Zou ik toch niet iets vergeten zijn? Gelukkig was dat dus niet zo en stond ik 15 minuten voor de start in het startvak. Ik gaf m’n jasje nog snel aan (vul aanwezige supporter in) en toen klonk het startschot. Ik besloot rustig te beginnen en wel te zien waar het schip zou stranden (meestal bij de finish, tis maar een hint).

De eerste kilometer ging voorbij in (vul tijd in) en alles leek nog goed te gaan. Ook de 2e en 3e kilometer (pas de afstand aan naar meters indien een kortere afstand) gingen goed. Maar toen kreeg ik het moeilijk. Het kwam nu echt aan op de mentale training. Kom op (vul eigen naam in) zei ik tegen mezelf. Bla bla bla bla. Bla bla. 

En eindelijk zag ik ‘m: de finish! Ik zette nog even aan en finishte in (vul tijd in). Ik was kapot maar zo gelukkig! Eerst riep ik dat ik het nooit meer zou doen, maar na een warme douche en een kop koffie had ik alweer zin in de volgende keer. Om (vul tijd in) gingen we met de auto terug naar (vul woonplaats in). Onderweg gingen we nog langs de McDonalds om de verloren energie aan te vullen. Vandaag heb ik best wel spierpijn, maar dat gaat wel weer over.

(Er rust geen copyright op deze text. Gebruik ‘m gerust: het maakt je leven een stuk makkelijker. Hoe meer uitroeptekens hoe beter!!!!!! Of, beter nog, als je niks te melden hebt: sssttt.)

It’s a small world after all

Terwijl elk veellopend wezen in Nederland zich druk bezig houdt met de 60 van Texel dit weekend loop ik met gemengde gevoelens de deur uit voor ‘slechts’ 40km. Ik heb besloten om dit jaar geen wedstrijden in Nederland te lopen, ik wilde even undercover genieten van alle mooie kilometers. Maar nu ik alle voorbeschouwingen zo zie vraag ik me af waarom mijn naam niet op de startlijst staat. Ik hoor daar. Evenals bij het WK 24 uur. Maar ik blijf bij m’n plan en ga vol goede moed het zonnetje in, gewapend met rugzak op weg naar Muiderberg.

Al snel verdwijnt de twijfel en lijk ik zonder moeite de lange rechte dijk naar Muiderberg over te dansen. Vlak voor me wijst een vlinder me de weg. De dijk is net weer geopend na het winterseizoen en ligt er maagdelijk wit bij. Niet van de sneeuw, maar na de schoonmaak van de schapenkak zie je ineens de echte kleur van het wegdek weer. Het is net de Yellow Brick Road die Dorothy volgt naar Oz. Kronkelend en vol moois. Ik klik de hakken van m’n Free’s tegen elkaar en vervolg fladderend m’n weg.

De schaapjes die even verderop na een lange winter weer m’n trouwste supporters uithangen hebben lammetjes. Sommigen wit, sommigen zwart en ik heb zelfs een dalmatier-lammetje gezien. De vogeltjes die er lustig op los fluiten maken het geheel af. Dit, realiseer ik me, is zo’n zeldzaam magische dag.

M’n gedachten dwalen af naar de wedstrijden die ik dit jaar ga lopen. 2 staan er met pen en 1 met potlood in m’n agenda. En ik hou niet van potlood. Dat kun je uitgummen op papier maar in m’n hoofd lukt dat niet zo snel. Ofwel ik moet zorgen dat ik met watervaste stift de letters overtrek, ofwel ik moet vast beginnen het uit m’n hoofd te zetten. 

Nonchalant informeer ik die avond bij Koen of hij al een planning in z’n hoofd had voor de vakantie. Dat het Amerika wordt staat vast, wanneer en welk deel daar moesten we het nog even over hebben. Met priemende ogen maakte ik hem duidelijk dat September prachtig mooi moet zijn in de Rocky Mountains. Het hoogseizoen voorbij, lekker rustig dus. Bovendien scheelt het de helft van een ticketprijs om net na de zomermaanden die kant op te vliegen. Niet veel later drukte ik op REGISTER en stond m’n naam ineens tussen de andere 50-mijl lopers van de Run Rabbit Run in Steamboat Springs. M’n eerste wedstrijd in de USA. Waarom zou ik ook voor de 4e keer Texel rondrennen als er nog een hele wereld te ontdekken valt?! En om het nog leuker te maken loopt zuster Martine diezelfde wedstrijd en kunnen we met een gerust hart onze lieve eega’s samen in een grasveld achterlaten. Wachtend op 2 hele gelukkige meisjes.

Though the mountains divide, and the oceans are wide, it’s a small small world

‘The core of the onion is where the party’s at.’ 

Lecture at Nerdnite: This. Is. Spartathlon.

De zwerver

Ik heb er echt niet veel hoor, exen. Maar wel eentje in Amsterdam en die ben ik in de afgelopen 7 jaar geen enkele keer tegengekomen. Waar een kleine stad groot in kan zijn. Evenzo groot zijn de mogelijkheden om kilometers af te leggen binnen de stadsgrenzen van deze Hollandsche metropool zonder telkens dezelfde route te lopen. Sterker nog, er is een keur aan paadjes en wegen die ik nog niet van dichtbij bekeken heb.

Ik ken m’n buren niet, en ik woon letterlijk in hetzelfde gebouw, op dezelfde gang. Mijn leven en hun leven zijn spelen zich af in een parallel universum zo lijkt het. Ik zoek het ook niet op moet ik eerlijk bekennen. Ik gebruik geen suiker dus ook die smoes gaat niet op. Het lijkt schier onmogelijk om in Amsterdam uit m’n geliefde anonimiteit te treden. Ik loop m’n rondjes, ik leef in m’n bubbel.

Toch is er iets. Iets wat me al 3 jaar fascineert. Een man met een lange, grijze baard en een zwarte jas. Z’n jas is lang, met een touwtje om z’n middel en gemaakt van vilt. Hij loopt altijd met z’n handen op z’n rug, licht naar voren gebogen en met een grote zwarte muts tot vlak boven z’n oogleden getrokken. Waar ik ook loop, welke dag het ook is, ‘s ochtends, ‘s middags, ‘s avonds of zelfs midden in de nacht: elke week kom ik hem zeker 2 keer tegen. En dat dus al 3 jaar lang. 

Hij fascineert me. Hij bevindt zich op plaatsen waar vaak niemand is behalve hij en ik. Soms zit hij op een bankje, maar meestal loopt hij in z’n kenmerkende houding rond. Hij is dakloos en zoekt naar eten. Ik heb een huis en zoek naar vrijheid. Onze blikken kruisen elkaar, elke keer weer. Ik knik vriendelijk maar durf eigenlijk niet zo goed gedag te zeggen. Dat lopers elkaar begroeten soit, maar om nu ook naar elke zwerver te zwaaien……

Elke keer weer wordt mijn vriendelijke knikje niet beantwoord. Ik vraag me af of hij doorheeft dat ik het steeds ben. Misschien ziet hij wel honderd lopers langsrennen elke week. Maar hoeveel zouden er op deze onchristelijke tijdstippen lopen?! En die vaak vreemde plaatsen. Elke keer weer ergens anders. Nee, hij moet het wel doorhebben. Toch?!

Dinsdag liep ik 20km in de hele, hele vroege ochtend. Ik besloot de Amstel te volgen en bij Ouderkerk om te keren. Vlak voor het einde zie ik zijn gestalte opdoemen in de schemering. Ik loop hem tegemoet, we komen langzaam dichterbij. Net als altijd kruisen onze blikken elkaar en ineens hoor ik hem mompelen, iets wat ik al 3 jaar tegen hem wil zeggen: hey hey. Ineens realiseer ik me: die zwerver, dat ben ik.

VSEN

image

Pfiew: de leeftijdsupgrade van gisteren heeft geen implicaties voor de categorie waarin ik loop. VSEN it is. Nog 3 jaar. Tegen die tijd zie ik wel hoe het confronterende V35 me bevalt. Ik realiseer me overigens terdege dat een aantal mensen die dit lezen denken waar maaaaaakt ze zich toch druk om, broekie. 

Dat broekie heeft de dingen weer redelijk op een rijtje. De loopdip van de afgelopen maanden lijkt voorbij, de Japanse lessen vorderen gestaag en de eerste stap in m’n inburgeringstraject is ook genomen: deze VSEN heeft niet alleen een nieuwe trainer maar ook een nieuw team. De naam is al mooi. De teamleden evenzo. De conversaties met de grote baas op z’n zachtst gezegd hilarisch. Het onvoorstelbaar vriendelijk zijn bevalt me meer dan ik ooit had gedacht. Ik ben Nederlandsch, dus bot, dus lomp, dus erg on-Japans. Maar ik heb me tijdens onze reis redelijk bekwaamd in de aldaar geldende etiquette en bijbehorende buigingen.

Via de mail gaat het er wel iets anders aan toe, maar zeker niet minder overdreven vriendelijk. Hello my dear friend, very happy, so proud, wonderful, thank you very much, yes please! De ene na de andere vriendelijkheid vliegt heen en weer tussen Nederland en Japan. Maar het resultaat mag er wezen: de eerstvolgende wedstrijd die ik loop staat er TEAM THE HORIZON achter m’n naam. Een mooiere naam kan ik me niet bedenken, vriendelijkere teamleden evenmin. Met deze ontwikkeling zijn we weer een stapje dichterbij m’n doel want achter die horizon schijnt the rising sun!

Estafette-interview

Léonie van den Haak (31) is verslingerd aan de lange afstand, zeker na haar tweede plaats in de epische Griekse Spartathlon over 246 kilometer.

Hoe zou jij jezelf willen introduceren?

‘Hoi ik ben Léonie, wie ben jij?’

Waar begon jouw liefde voor het lopen?

‘Zoals zoveel mooie dingen kwam lopen toevallig op mijn pad. Hoewel, het had een reden, maar dat weet ik nu pas. Lang verhaal kort. ik belandde onvoorbereid aan de start van de Dam tot Damloop. De 10EM gingen hartstikke goed en ik besloot dat een marathon dan niet zoveel verder kon zijn. Inmiddels ben ik ruim zes jaar en een heleboel kilometers verder. Met de kilometers groeide ook de liefde voor het lopen. Ik vond mijn geluk in het urenlang van huis zijn. Het onderweg zijn is voor mij belangrijker dan het doel. Mensen vragen weleens of het geen verslaving is. Ik antwoord ze altijd dat er simpelere manieren zijn om ergens een kick uit te halen dan jarenlang, duizenden kilometers onderweg zijn. Dan moet het meer zijn dan een verslaving. Lopen is voor mij een veilige plek om alleen en gelukkig te zijn, maar ik vind het ook geweldig om mezelf uit te dagen om mooie resultaten neer te zetten.’

Wat is jouw favoriete loopmoment van het jaar 2012?

‘Zonder met mijn ogen te knipperen. Spartathlon! In plaats van courante afstanden loop ik het liefst wedstrijden waarbij je zonsopgang en zonsondergang meemaakt. De Spartathlon is een epische wedstrijd van 246 kilometer en volgt de route die Pheidippides ooit liep van Athene naar Sparta. Het zijn de Olympische Spelen voor ultralopers. Ik finishte in 2012 als tweede vrouw in de zwaarste en warmste editie aller tijden. Van de 340 starters hebben slechts 72 lopers de finish gehaald binnen de tijdslimiet van 36 uur. Het moment dat winnares Lizzy Hawker (wereldkampioene 100 km, wereldrecordhoudster 24 uur) verschrikt keek toen bleek dat ik niet tot iemands entourage behoorde, maar naast haar het podium op klom, was een bevestiging voor mij dat niemand dit verwachtte. Ik evenmin.’

Wat is de belangrijkste looples die jij hebt geleerd?

‘Focus, focus, focus. Voor mij houdt het in dat alles in het teken staat van die ene wedstrijd. Alles wat ik at, dronk, zag, deed, zei, voelde en trainde moest leiden naar Sparta. Ik moest hiervoor regelmatig vanachter mijn laptop toezien hoe anderen de ene mooie wedstrijd na de andere liepen, maar uiteindelijk is dat het allemaal waard geweest. Nu volle focus op het volgende doel. de ultieme 24-uurswedstrijd!’

Aan wie wil jij dit estafettestokje doorgeven en waarom?

‘Aan Wilma van Onna. Zij heeft jarenlang zelf bloedjehard gelopen en inspireert nu hordes andere lopers met haar passie, een geweldige aanwinst voor elk estafette-team. Bovendien is het een ontzettend positief en lief
mens.’

Hier vind je de andere interviews.

Metamorfose

‘Blies een droom?’ herhaalde Sofie. ‘Wat bedoel je?’

‘Ik is een droomblazende reus,’ zei de GVR. ‘Wanneer alle andere reuzen weggaloppeert zo hier en zo daar en zo ginder heen om mensbaksels te peuzelen, dan scharrelt ik weg naar weer andere plaatsen om dromen in slaapkamers van kinderen te blazen. Fijne dromen. Heerlijke gouden dromen. Dromen die de dromers een heerlijke nacht bezorgt.’

Mijn droomblazende reus is vrij klein van stuk. Geen overdrijfelijk grote oren, geen olievant om op te rijden. Maar wel potten vol met plannen op zijn plank om dromen waar te maken. Zo ook mijn dromen. 

Na een wanhopige oproep aan de loopgoden om me mijn loopritme weer terug te geven begon ik afgelopen week vol goede moed aan de eerste week van het GvR regime. D1, D2: tot zover klonk het allemaal nog bekend. En ik liep bovendien als een spreekwoordelijk zonnetje! Wel maakte ik me een pietselpeuterig beetje zorgen om m’n eerste baantraining. Om geen onnodig rood-gezichtsverlies te lijden besloot ik om niet op de atletiekbaan op m’n werk te lopen waar al m’n collega’s vrij uitzicht op hebben maar naar de inloopbaan achter het Olympisch Stadion te gaan. Op een tijdstip waarop het merendeel van de mensen nog op 1 oor lag. Risicomanagement heet dat.

En zo stoof ik headfirst het eerste rondje in. Tot m’n grote verbazing ging die EXACT in de door GvR voorgeschreven tijd. Maar dat zal vast een gelukstreffer zijn, bedacht ik me. Maar ook het tweede tot en met het laatste rondje bleken spot-on te zijn. Waarmee ik niet wil zeggen dat het ook vanzelf ging, zo sprak (lees schreeuwde) ik mezelf regelmatig moed in om niet in te kakken maar door te beuken. Was de eerste serie nog prima te doen, de tweede en derde kostten echt wat moeite maar OHW WAT LEKKER als je het gewoon gedaan hebt. 

Misschien ga ik het nog echt leuk vinden die baantrainingen! Maar het arsenaal voor de komende tijd is groter dan dat. GvR gaat me alle hoeken van loopland laten zien. Langzaam, snel, lang, kort, veel, weinig. En ik, ik ben gewoon heel blij dat week 1 me eindelijk weer dat heerlijke gevoel teruggegeven heeft. Dat gevoel wat ik de afgelopen maanden zo miste. Het is duidelijk: GvR heeft de plannen om mijn dromen uit te laten komen. Hij weet dingen die ik niet weet.

‘Bedoel je, dat jij dingen kunt horen, die ik niet kan horen?’ vroeg Sofie.

‘Jij is zo doof als een kwartje vergeleken met mij!’ riep de GVR.

‘Wat hoor je nog meer?’ vroeg Sofie.

‘Een van de grootste spraakjesmakers is de rupsels,’ zei de GVR. 

‘Wat zeggen zij?’ 

‘Zij zit maar te ruzelen over wie de mooiste vellinder wordt. Dat is het enige waar rupsels het altijd over heeft.’